Deze website is uitsluitend bedoeld voor zorgprofessionals.

Nieuwe consensusrichtlijn voor gebruik van incretinetherapie bij obesitas

Terug

Redactie OBPL

15-07-2026

EASO, EFAD en ECPO* hebben samen een consensusverklaring gepubliceerd over de veilige inzet van incretinegebaseerde therapieën (IBT), zoals GLP-1-receptoragonisten, bij de behandeling van obesitas. De verklaring, geleid door dr. Laurence Dobbie (King’s College London) en 26 internationale auteurs, verschijnt in The Lancet Diabetes & Endocrinology.
IBT’s hebben de obesitaszorg getransformeerd, maar brengen ook voedingskundige, functionele en psychologische risico’s met zich mee

Rol van de diëtist

Medische voedingstherapie (MNT) door een diëtist wordt als essentieel onderdeel van de behandeling gezien: voor advies over eiwit-, vitamine- en mineraleninname, dosisopbouw ter beperking van gastro-intestinale bijwerkingen, en gewichtsinclusieve, respectvolle communicatie.

Psychologische screening

Ook psychologische screening krijgt aandacht. Ondanks over het algemeen gunstige effecten op de mentale gezondheid kunnen identiteitsveranderingen tijdens forse gewichtsafname bestaande kwetsbaarheden doen terugkeren. Screening op alcoholgebruik voorafgaand aan GLP-1-behandeling wordt aanbevolen.

Behoud van spiermassa

Een opvallend punt: 24-30% van het gewichtsverlies onder IBT betreft vetvrije massa (vooral spierweefsel). De consensus adviseert een richtlijn van circa 3:1 (vet- versus vetvrije massaverlies) en pleit voor monitoring via middelomtrek, handknijpkracht of de 5x-opstaantest, aangevuld met DXA of BIA waar beschikbaar. Krachttraining naast aerobe beweging wordt aanbevolen om spierverlies te beperken.

Toegang en stigma

De auteurs wijzen ook op ongelijke toegang tot IBT en diëtistische zorg voor lagere sociaaleconomische groepen, en op aanhoudende stigmatisering van obesitas als ziekte. Zij pleiten voor uitbreiding van vergoeding en betere toegang tot diëtist-geleide zorg.

Kennislacunes

Tot slot benoemt de statement kennislacunes: minder dan 20% van 417 onderzochte IBT-trials rapporteerde voedingsinname, minder dan 5% bot-, micronutriënt- of functionele uitkomsten. Prioriteiten voor vervolgonderzoek zijn onder meer behoud van spier- en botmassa, optimale eiwitinname en strategieën tegen uitval door gastro-intestinale klachten.

Bron: The Lancet Diabetes & Endocrinology, gepubliceerd 8 juli 2026. https://www.thelancet.com/journals/landia/article/PIIS2213-8587(26)00122-1/fulltext

EASO: European Association for the Study of Obesity, EFAD: European Federation of the Associations of Dietitians, ECPO: European Collation for People living with Obesity

Deel dit bericht via:

Vorig bericht

Machine learning-model helpt succes bariatrische chirurgie voorspellen

Volgend bericht

Studie naar voedingsinname bij gebruik van obesitasmedicatie – Deelnemers gezocht

Misschien ook interessant