Meer duidelijkheid over sarcopene obesitas

Lange tijd was het lastig te definiëren: sarcopene obesitas (SO). Bekend was dat het gaat om een combinatie van ondervoeding door verlies van spiermassa en spierkracht en een hoge vetmassa en (ernstig) overgewicht. Maar hoe stel je als zorgverlener de diagnose SO en wat zijn de behandelmogelijkheden?

Risico en prevalentie
Bij 6,5% van de mannen en 6,0% van de vrouwen is sprake van sarcopeen overgewicht (BMI ≥ 25 kg/m2 en een te lage spiermassa).1 Vooral in de leeftijdscategorie vanaf 60 jaar nemen de percentages van sarcopene obesitas en sarcopeen overgewicht sterk toe met alle risico’s van dien: verhoogde kans op metabole aandoeningen en zelf een verhoogd risico op overlijden. Lange tijd werd gedacht dat overgewicht altijd een kwestie was van een teveel aan voeding; recent werd duidelijk dat het ook te maken kan hebben met ondervoeding. Hoe zit het precies?

Nieuw algoritme
Aan de hand van een nieuw algoritme lichtte Lorenzo Donini, professor Food Science and Nutrition aan de Sapienza Universiteit Rome, tijdens ECO2022 de stappen toe waarmee vastgesteld kan worden of er sprake is van SO en in welk stadium. Allereerst moeten mensen gescreend op een verhoogd BMI in combinatie met een verhoogde middelomtrek. Beide moeten aanwezig zijn om verder te gaan met het diagnostische proces. Ook wordt gekeken of er mogelijke aanwijzingen zijn voor sarcopenie: verlies van spiermassa en -functie. Dit kan door klinische symptomen te beoordelen of gevalideerde vragenlijsten te gebruiken.

De diagnostiek vindt vervolgens plaats in twee stappen. Eerst wordt getest of er veranderde kracht van de skeletspieren aanwezig is. Zijn hier aanwijzingen voor, dan wordt gekeken naar de lichaamssamenstelling: is er een toename in vetmassa en een vermindering van de spiermassa? Dit wordt gemeten met de DXA-scan of bio-elektrische impedantieanalyse (BIA). Om SO vast te stellen moet er zowel een toename in vetmassa als een afname in spiermassa te zien zijn.

Als derde stap wordt de mate van SO vastgesteld. Bij klasse I zijn er geen complicaties. Bij klasse II is er minimaal één complicatie zoals een metabole ziekte, lichamelijke beperkingen door de afname in spiermassa of cardiovasculaire of respiratoire aandoeningen.

Donini, Barazzoni et al. Clin Nutr & Ob Facts, 2022

Behoud van spiermassa
Rocco Barazzoni, president van de European Society for Clinical Nutrition and Metabolism (ESPEN) benadrukte tijdens de sessie meermaals hoe belangrijk spiermassa is. ‘Afvallen is op zich goed, maar niet als het ten koste gaat van spiermassa. Dit brengt ernstige risico’s op diverse metabole ziekten met zich mee. Daarom moet ingezet worden op het behouden of herstellen van spiermassa door extra proteïne of spierversterkende oefeningen. Het gaat dus niet alleen om het gewicht; veel belangrijker is de lichaamssamenstelling!’

Ook bij jongeren
ESPEN en de European Association for the Study of Obesity (EASO) pleiten ervoor dat de voorgestelde SO-definitie en diagnostische criteria worden geïmplementeerd in de routinematige klinische praktijk. Donini: ‘SO is echt anders dan obesitas en sarcopenie op zichzelf. Het is heel belangrijk hier rekening mee te houden, ook bij jongere mensen. SO komt vaker voor bij ouderen, maar kan al eerder optreden, soms als gevolg van chronische ziekten. Gezien het ernstige risico op comorbiditeiten moeten we hier heel alert op zijn.’


1 Wagenaar C.A., Dekker L.H. & Navis G.J. (2021). Prevalence of sarcopenic obesity and sarcopenic overweight in the general population: the lifelines cohort study. Clin. Nutr. 40: 4422-4429. Bron: VoedingOnline

Vragen of opmerkingen? Neem contact met ons op via contact@obpl.nl
© 2022 Obesitas Platform
Scroll naar top

Deze website is primair bedoeld voor zorgprofessionals